En verdorie dat het niet mee zit. Aan alle kanten loopt het spaak. De sollicitaties die niet willen vlotten omdat je op elk niveau verkeerd zit. En omdat die banen er gewoon niet zijn. Blijkbaar is de beroepsbevolking reeds verzadigd en kan ik met mijn optimistische inslag – want dat was het tot op heden – fluiten naar een baan. En waar moet je dan heen met je verveelzucht. Je gaat je allicht focussen op het leven van anderen, om maar aangenaam verpoosd te worden. Dus ga je wat vaker op bezoek bij je ouders en merk je dat ze zoetjesaan veel ouder zijn geworden en van de weeromstuit lijden aan klachten waarvan de artsen zeggen dat ze er maar mee moeten leren leven. Er is immers niets meer aan te doen. En dat je je daar over opwindt want niemand hoeft toch pijn te lijden, nee toch? En het is toch van de zotte dat men zomaar mensen in een hoekje drukt en geen moeite meer doet opdat ze toch nog wat van het leven kunnen genieten na een leven lang keihard – en eigenlijk bedoel ik loeihard – gewerkt te hebben. Nee, als ik dan zo oud moet worden dan slik ik wel een doosje aspirines ineen. Verdorie, als dat mijn lot ook is. Maar daar eindigt het niet mee, want je spreekt dan ‘s avonds af met je vriendinnen en vrienden en komt tot de vreugdevolle conclusie dat ook zij last hebben van dat het even niet meezit, qua baan, qua relatie, en natuurlijk, the master of it all, qua geld. Ja, vertel mij wat: geld. Het leven draait alleen maar om geld, als ik dat al wilde geloven, dan zou ik het proberen te negeren. Want zo hoeft het van mij immers ook niet. En per slot van rekening weet ik wel wat beters te doen met mijn humeur dan het te laten gelden op een negatieve wijze. Dus neem ik maar weer die extra slok bier, en eet ik weer dat chipje extra, en doe ik net alsof mijn neus bloedt, want zo erg is het allemaal niet. Nee, toch? Nee, zo erg is het niet. Waarheen ik ook vlucht, eventjes lijkt het me veiliger alleen, into the dream world.