Archive | december, 2011

Kat(tig) vrouwtje

Eenmaal uit de hondenwereld ontsnapt en met beide voeten stevig geworteld in de kattenscene kost het me hoe langer hoe meer moeite om niet toe te geven aan de drang om niet elk poezenbeest dat op Twitter wordt aangeboden in mijn toch al rommelige huishouden op te nemen. Nu ook weer wordt er een aanbod gedaan van twee rood-witte poezen. Rood-witte poezen – zo heb ik me laten vertellen – komen niet zo heel vaak voor, vaker zijn het toch rode katers. En katers zijn leuk, maar poezen zijn liever, knuffeliger, en hebben die aaibaarheidsfactor nu eenmaal voor mij.
Dus heb ik de afgelopen nacht visioenbeelden gehad van ‘worst case scenario’s‘. Immers heb ik al een broertje en zusje overgenomen van een bovenbuurvrouw die achteraf tot de ontdekking kwam dat katten haren verliezen en dat je huis wat meer onderhoud vergt met een beestenboel. Toen had ik er plots drie. En wees mijn familie naar hun voorhoofd, met betrekking tot mijn kattenbezitdrang. Ook nu besprak ik het met mijn familie en opnieuw raden ze het af. ‘Twee katten zijn al teveel!’ zo roept men.
Het is nog maar de vraag of het klikt tussen alle vier. Sammy en de Diva braken zowat de tent af om tot acceptatie van elkaar te komen, maar toen de feline ruzie eenmaal uitgevochten was, sliepen ze tegen elkaar aan op bed, op de bank en in een mandje. Kortom, ze zochten elkaar steeds weer op.
En dan is de volgende vraag, zijn ze wel gezond? Haal je hiermee boel ellende in je huis?
En dus ga ik dan foto’s opzoeken om een beeld te krijgen van de beesten en stroomt mijn hart over van liefde.
Je begrijpt, dat dit postje voor mezelf geschreven wordt om voors en tegens af te wegen, maar uiteindelijk is het een bloggers karma om feline vriendjes te houden…

Een mailinglist in wording?

Laat ik het maar gewoon toegeven; ik vind e-mailen ge-wel-dig. Nog leuker dan slakkenpost. En ik kijk dan ook vaak uit naar mail. Al was het maar omdat je toch enigszins anoniem kunt blijven van achter je computer.
Dus zou je je kunnen opgeven bij een mailinglijst, ware het niet dat dit oppervlakkige tutje (zei ze over zichzelf) geen enge ziektes onder de leden heeft, niet echt een bepaalde doelgroep voor ogen heeft, maar toch een bepaalde mailinglist wil beginnen. Waar mensen terecht kunnen met al hun verhalen, gewoon een sociale vrijplaats dus, waar iedereen welkom is. Het maakt niet uit wat je doel in het leven is, waar je vandaan komt, hoe oud je bent, wat je doet voor werk. En stel, je hebt een blog, maar je kunt daar niet (al je) ei in kwijt wegens te persoonlijke zaken, maar je wilt het toch wel van je afschrijven.
Nu is het dus uitvinden of er behoefte is een groepsmailinglist voor ‘de gewone man/vrouw met verhalen van meer dan 140 tekens!’
Ik ben benieuwd. Ik zie de reacties graag hieronder of via e-mail.

Update 23:30 uur: En de mailinglist is een feit. Je kunt deelnemen aan: droomland@googlegroups.com. Huidig webadres: http://groups.google.com/group/droomland.

You’ve got the looks!

Soms besteed ik heel veel aandacht aan mijn uiterlijk, then again, sometimes NOT. Alles staat en valt met de bui waarin ik des morgens wakker pleeg te worden.
Vandaag heb ik zo een dag dat ik me optut als hittepetit 1e klas. The works. Make-upje. Nagels gelakt. Kousen aan. Jurk aan. Laarzen die reiken tot de knieën.
En begaf ik me op pad. Gewoon boodschappen doen hoor, daar niet van. Maar de behandeling die je dan krijgt, terwijl als je er totaal geen moeite voor doet, de behandeling daar ook naar is.
Ik zou me bijna elke dag zo optutten…

Graag pruttelend

De laatste tijd valt het me op dat koffie me gewoon niet langer smaakt. Ik heb sindsdien van alles uitgeprobeerd met allerlei apparaten van de Senseo tot aan de Dolce Gusto toe. Het ontbreekt echt steeds aan een stukje aroma dat ik niet echt kan plaatsen. Op een gegeven moment vroeg ik me radeloos af of ik niet gewoon aan de thee moest hoewel ik vind dat dát naast Buckler Bier voor kerkgangers is.
Gisteren was ik op bezoek bij een oude oom van me en kreeg ik koffie uit zo’n ouderwets doorpruttelend apparatus terriblus en het smaakte me toch wonderbaarlijk lékker. Dat was het, ik wist het plots: eruit met al die dure machines. Ze hebben het gewoon niet. Ik wil mijn verslaving gewoon voeden met tergend langzaam en aromatisch krachtvoer dat nog wordt gezet met zo’n ouderwetsch pruttelding…

Zijn dromen wel bedrog?

De huizenverkoper stond daar op straat, met een bord in zijn hand ‘For Sale’ achter een soortement van kleine marktkraam. Hij deelde informatie uit aan voorbijgangers. Ik benaderde hem van achteren door hem zachtjes op de schouder te kloppen en vroeg aan hem of hij zijn perceel ook verhuurde. Waarschijnlijk wegens de slechte marktwerking die nog steeds heerste zag ik in zijn ogen een idee geboren worden. Hij vroeg dan ook of ik een rondleiding wilde en ik gaf aan dat volgaarne te doen.
Toen we het in het pand arriveerden viel me direct de fluweel rode vloerbedekking op dat overal scheen te liggen. Het trappenhuis was dan ook danig chique te noemen en aan het plafond hing een prachtige kroonluchter. En achter elke deur lag een riant appartement met een mooie schouw en een echte houten vloer. Ik was heel blij met wat ik zag en informeerde naar de huurprijs die conform de verhuurders antwoord belachelijk laag was. Ik besloot direct een optie op een appartement te nemen.
Toen moest ik rennen en vliegen om nog op tijd op het vliegveld aan te komen. En ging ik gekleed in een stewardessenoutfit die ik alleen zou kunnen dragen als ik minstens dertig jaar of dertig kilo lichter terug in de tijd zou gaan. Ik boarde het vliegtuig en deed al mijn werk naar genoegen en voldoening daar op de vlucht van London naar Los Angeles. Overnachtte daar en shopte met veel plezier de ganze dag met mijn collegaatjes tot ik halsoverkop weer aan het werk moest.
Het was een druk bestaan. Eentje van hard hollen, maar ook een van intense tevredenheid. Ik had geen tijd om me zorgen te maken. Er waren geen huisdieren, alleen maar werk, reizen en een sociaal leven.
Het gekke is dat ik als kind altijd al wilde wonen in London, stewardess wilde worden en Nederland te laten voor wat het was. En het is best bizar dat deze jeugddroom weer wordt herbeleefd als een echte droom die je bij het wakker worden als levensecht ervaren hebt. Dat zou iets met je moeten doen…

Merry X-mas

Plots zag ik de arrenslee arriveren, daar boven aan de horizon. Een wat vage gestalte als dompteur bestuurde de slee. Hij was gekleed in een rood kostuum met witte accenten, met in zijn kielzog een groots arsenaal aan vrolijk verpakte cadeautjes. De cadeautjes vingen direct al mijn aandacht.
‘Hohoho!’ riep het wat dronken lijkende Kerstmannetje met zijn rode neus.
En de arrenslee stopte daar boven op dat dak. De Kerstman sprong lenig op de ontbrekende sneeuwpracht en gleed bijna uit in zijn joligheid. Hij leek wat onhandig, deze man. Maar door deze prachtige verschijning kon ik hem dat wel vergeven.
Eigenlijk gaf hij aan dat ik hem helemaal niet had mogen zien, zo rond dit vroege tijdstip, toen ik daar in mijn peignoir bij de open haard zat om dit postje te typen. Er zoefden alras wat presentjes door de afwezige schacht van mijn open haard.
Natuurlijk was ik heel nieuwsgierig naar de inhoud van de pakketjes. En eigenlijk wilde ik niet te lang wachten met het openen ervan. In de gauwigheid ontdekte ik dat er drie waren waarop mijn naam stond.
Drie pakketjes. En nog een vierde die al onder de kerstboom lag, maar die kwam hoogstwaarschijnlijk niet van de Kerstman.
Ik kon mijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en opende ze allemaal. Toen ik eenmaal het cadeautje had uitgepakt vond ik een doosje. In dit doosje zat een opgevouwen velletje met handgeschreven tekst:
‘Geluk.’ In de tweede zat een ander velletje papier, in een ander soort doosje, en daarop stond geschreven: ‘Hoop.’ En de derde, tja, daar kon ik de inhoud eigenlijk wel van raden. Op dat laatste velletje papier stond: ‘Liefde.’
Kennelijk was de Kerstman dit jaar in een olijke bui geweest en had niks anders als presentje kunnen verzinnen. But then again, wat geef je iemand die alles al heeft?

Rockin’ Saturday (deel 14)

Dit stuk muziek lijkt experimenteel zo op het eerste gezicht. Alleen al de instrumenten al die ze bespelen. Het is helaas niet echt mijn ding. Dat komt waarschijnlijk door de zeurende achtergrondtune, waardoor ik het idee krijg dat ik ergens verdwaald ben in andermans hersenpan die dolende is.
Al denk ik dat als je wat geduld kunt opbrengen je dit zeer zeker mooi kunt gaan vinden. Goed drumwerk. Goede solo’s. Kortom, the works!

Elke week reikt Eric van KommaPuntLog me een song aan om me bij te spijkeren op muziekniveau dat er toe doet. Eric, dank! Ennuh, mooie nummers roel!

Legitiem bijklussen

De sfeer op de ziekenhuisafdeling was er een van haastig en drukkend. Ik begaf me naar het hokje waar ik mijn spulletjes in een kluisje kon opbergen en wandelde naar het verpleegstersaquarium. Schonk een kop dampende koffie in terwijl een van de leidinggevenden me het systeem uitlegde. Zo dadelijk zou de kar komen met het warme eten voor alle patiënten die door mij bediend zouden worden. En soms ook zou ik helpen bij het voeden, bij gebrek aan tijd door de verpleegkundigen en voedingsassistenten. Voor die tijd kon ik misschien ook helpen met het reinigen van de toiletpotten en urinoirs? Ik huiverde stiekem heel eventjes. De verpleegkundige keek me aan met een glimlach en knipoogde dat dat niet het leukste klusje was van de avond, maar wel broodnodig.
De etenskar arriveerde en ik begon mijn taak. De longpatiënten zagen me aankomen en begroetten me dankbaar. Ik schonk naar wens ook een glaasje water en ander vocht voor hen in. Bij een heel oude man, die nauwelijks in staat bleek om zijn eten zelfstandig te nuttigen, zorgde ik dat hij wat kon zitten en hielp hem bij wat hij zelf noemde zijn dagelijks resterende marteling.
‘Ooit komt er een dag dat ik ermee stop,’ zo verzuchtte hij tussen het moeizame ademhalen en eten in. Overal waren slangetjes en buisjes die leidden naar externe apparaten die ervoor zorgden dat zijn leven nog iets kon worden verlengd. Het brak mijn hart, ter plekke. Zijn trillen en ademfunctie waren zodanig dat ik me afvroeg hoe hij het nog presteerde ook maar iets naar binnen te werken. Ik keek eens om me heen en zag een bijna verlept boeket bloemen staan, waaruit ik de dode bloemen trok en het resterende bodempje van vers water voorzag. De man bedankte me vriendelijk. Ik zag aan zijn oude ogen dat hij heel erg moe was en de strijd bijna opgaf. Intens meelevend babbelde ik wat langer dan mijn tijd eigenlijk toestond. De verpleegkundige stond buiten alweer te trappelen van ongeduld, want verlangde mijn assistentie. Er waren immers maar drie verpleegkundigen op de afdeling, dus alle vrijwilligershulp was dringend noodzakelijk. Hoewel ik me na die luttele drie uurtjes werk beslist voldaan voelde, was ik blij dat ik levend en gezond huiswaarts kon keren. Met een snik in mijn typende vingers voel ik in mijn hart een nieuwe commitment opkomen…