Archive | augustus, 2011

Mijn angsten

Hoewel het een logisch gevolg van het hebben van een beetje verantwoordelijkheidsgevoel lijkt, boezemt het me niet langer zelfvertrouwen in. Naarmate ik ouder word, lijk ik steeds meer last van onderhuidse angsten te krijgen. Die zich alras ontwikkelen tot gigantische proporties waar je in je eentje maar moeilijk af kunt komen. Ze doen wat met je.

Wat beangstigt me dan?
Zo ben ik sinds het hondje van mijn ouders hier eens was tijdens een voor mij toentertijd lachwekkende onweersbui door het bibberen van die kleine Shitzu nu ook een beetje huiverig voor wolkbreuken en lichtflitsen geworden. En is ook de angst van haar het gevolg dat ik nu liever geen grote honden tegenkom tijdens het wandelen. Liever maak ik, als ik er eentje in de verte zie, rechtsomkeert.
Als ik mijn huis verlaat, check ik alles drie keer. Staat de koffiezetter uit? Natuurlijk ooit zo’n reality-tv show gezien waar het mis ging en een kortsluiting de boel in de hens zette, waarbij de huisdieren ternauwernood aan de dood ontsnapten. En heb ik geen kraan open laten staan? Sigaretten moeten liefst in een glas water worden gedoofd. Sleutels en hendels van deuren moeten op slot ofwel potdicht.
En ondervind ik steeds meer moeite om mezelf in het verkeer te mengen op de snelweg. Het verkeer in de stad heb ik überhaupt geen moeite mee. Terwijl het daar drie keer zo druk is. Maar op de snelweg is een vrachtwagen passeren bijna ‘not done’, want in mijn rechterooghoek zie ik het steeds dichterbij naderen en tegen me aan botsen tegen de flanken. Ik vraag me af of het aan mijn brilglazen ligt. Ook hier gebeurde het ooit dat ik iemand de vangrail in zag rijden, waarschijnlijk doordat hij in sliep viel, waardoor de vrachtwagen naast ons bijna op ons inreed. Tjakka.

Mens, heel jezelf
Ik zie spoken, zelfs als ze er niet zijn. Ik heb het licht gezien door gebeurtenissen uit het verleden. Mijn hart staat af en toe stil bij denkbeelden die er niet zijn. Ik weet het, men lijdt het meest door het lijden dat men vreest, maar toch… toch.. ik moet nodig hulp.

Dit is een postje naar aanleiding van een verhaal van een vriendin, dat ik zo aangrijpend vond dat ik het wilde beschrijven op mijn weblog, met haar toestemming.

Vrouwen!

Terwijl ik er zelf ook eentje van dat slag ben, heb ik soms wreveltjes over m’n eigen soort. Het zit hem vooral in het feit dat mocht je in een conflict of misverstand verzeilen met een andere dame, dan word je dat never nooit niet vergeven. Het blijft altijd stiekem in het achterhoofd steken. Het komt, om maar ‘es kort door de bocht te zijn, nooit meer goed.

Blauw oog
In plaats van dat je tijdens het conflict een stoot, klappen of een blauw oog krijgt toegeworpen, zoals heren dat wel vaak doen, blijven vrouwen steken in hun geworstel. Het is niet over. Het gaat maar door, en voor je het weet heb je er een vijand bij. Soms vraag ik me af of een moddergevecht of anderszins de druk van de ketel zou kunnen halen. De energieën die gestoken worden in het bepaald niet lichtzinnig denken over een ander, zijn van de gekke. Het loopt de spuigaten vaak uit.

Niet eerlijk
Wat dat betreft helpt het wel dat ik ben opgegroeid tussen de mannen. Als je eens iets niet goed had, of er iets verkeerd ging, werd je direct op het juiste pad gezet, met jawel, een blauw oog, of klappen. Daar schuilt wat mij betreft zo’n eerlijkheid in, dat ik tegenwoordig liever met mannen omga dan met vrouwen.

Overeenkomsten
Nu is het gekke, dat als je dit soort zaken met andere dames bespreekt, zij er precies hetzelfde over denken. Ze verzuchten vaak dat mannen veel makkelijker in de omgang zijn. Veel eerlijker, en to the point. Hoewel ze wel toegeven, zelf ook wel eens met dat soort problemen te worstelen. Immers, vrouwen hebben vaak de naam het achter hun ellebogen te hebben. Terwijl ze toch op een makkelijk niveau zaken kunnen uitspreken, want maak van je hart geen moordkuil…

Stapeltjes

Toen ik pas begon met werken viel het me op dat mensen graag stapeltjes creëerden. Brieven, memo’s, notulen, facturen, kortom, het werd allemaal verzameld en op de grote meuk gegooid, om dan in de vergetelheid te geraken. Ik kon dat uitstelgedrag van mensen nog wel begrijpen, moest er eigenlijk een beetje om grinniken. Kennelijk bestaat er zo’n weerzin tegen actie of is het dat men niet graag leest? Tegenwoordig is het niet anders, maar nu gaat het zo met elektronische post.

Blij worden van post
Het maakt niet uit wie ik spreek, wat ik hoor is dat men een ongelooflijke hekel heeft aan e-mail. Het is natuurlijk verdraaide makkelijk om er eentje te sturen. Antwoord krijgen is echter een miraculeus gemeengoed geworden.
Persoonlijk juich ik dan ook altijd als ik iets in mijn mailbox vind. Want tja, ik ben nu eenmaal gek op lezen en altijd nieuwsgierig wat die ander te melden heeft. Dat leidt bij mij overigens op andere fronten op onachtzaamheid. Bij mij staat de computer op de eerste plaats qua rangorde.

Nieuwsgierig
Ik ben vreselijk nieuwsgierig hoe anderen erover denken. Hoe blij word je nog van het ontvangen van e-mail? Beantwoord je het gelijk of wacht je ermee? En gooi je ook wel eens iets stiekem weg als je er absoluut geen zin in hebt?
Ik ben benieuwd.

De stilte

Hoewel ik toch tamelijk slechthorend ben, kan ik niet tegen die stilte. De stilte die heerst na een conflict. Het ontpopt zich bij mij tot een onderhuidse storm, zo’n beetje in de vorm van een orkaan die thans woedt in de VS. Er is zoveel dat ik wil zeggen, wil oplossen, tot een goed einde wil brengen. Maar ik ben niet alleen. Ik sta niet alleen. Ik ben daarin afhankelijk van de stemmingen van anderen.
Als een heuse Weegschaal ben ik dan uit balans. Die balans herstelt zich pas als er stappen worden ondernomen om te helen. Woede moet je niet koesteren. Woede moet tot rust gemaand worden. Woede moet gaan liggen, net als mijn naamgenoot.
Ik wil dan offers brengen. Als het maar goed komt…

Riooljournalistiek

Vanmorgen schrok ik me wezenloos van de foto die men publiceerde van een graatmagere Steve Jobs. Je-weet-wel de voormalige leider en manager van Apple. Zo’n foto kan gelijk mijn hele dag verzieken. Maar het is niet alleen deze foto die wat met me doet. Ik vind bepaalde media die zogenaamd informatief willen zijn soms tot op het bot irritant. Ik vraag me af of dit niet alleen leidt tot leedvermaak en mensen aanspoort zich over te geven aan lelijkheid waarvan je je weerga niet kent.
Fotografen, ik meen dat ze dat in de volksmond papparazi worden genoemd, nemen dan een foto van een nietsvermoedende celebrity en de krant of magazine publiceert het met de eerstbeste gelegenheid. Liefst met zo veel mogelijk negatieve publiciteit, dat vaak ook nog eens totaal uit de duim wordt gezogen. Dan staan mijn haren gelijk overeind. En leef ik intens mee met de persoon waarom het gaat. Ik weet het, negatieve publiciteit is immers ook publiciteit.
Maar, dit heeft niets meer te maken met informeren. Dat heeft alles te maken met disrespect voor een ander.
En ik ben niet van mening dat men, omdat men nu eenmaal een celebrity is, daarom vraagt. En ik krijg hoe langer hoe meer een hekel aan de gangbare journalistiek die dezer dagen bedreven wordt. Liefst mijd ik het nieuws helemaal.
Maar ja, dat zou pas struisvogelpolitiek zijn….

Muts in wording

Van de week heb ik mijn balkon weer volgestampt met allerhande herfstachtige plantkes. En met groeiende verbazing over mezelf, that is, sta ik dan na afloop vergenoegd te kijken naar het uitzicht van mijn living. Ik word echt een muts, nee correctie, ik bén het al.
Terwijl ik me vroeger als heus stadskind afvroeg of komkommers in blik uit de fabriek kwamen en ik zweerde totaal geen groene vingers te bezitten, kan ik nu al sentimenteel worden van de aanblik van een mooie witte hortensia. De tranen springen nog net niet in de broek. Ik vraag me dus letterlijk af mijn goede smaak aanpassing behoefde door de jaren heen. Of dat ik genoeglijk gek ben geworden. Heus, ik snap mezelf soms (ook) niet…

Kleine concessies

Met mijn 1.61m gestalt of lengte, zo je het wilt noemen, was het voor mij altijd een must om hoge hakken, zoals die hiernaast is weergegeven, te dragen. Het schoeisel kon me niet gek, opvallend en hoog genoeg zijn. Altijd vielen ze op, mijn voeten. Altijd kreeg ik complimenten. En voelde me altijd heel wat doordat ik dan toch maar iets meer aan hoogte had verkregen. Als kleintje is het niet handig, namelijk, om een forse indruk achter te laten.
Nu is er onlangs iets gebeurd, geknapt in mijn ruggewervel lijkt me, waardoor ik niet langer in staat ben om aan deze gimmick tegemoet te komen. Ik lijk dus niet langer met fiere pas door het leven te stappen.
Plots was een van mijn nagelhakken tussen twee straattegels blijven hangen, waardoor ik zowat een doodsklap maakte. Het zijn rare manoeuvres die je dan plots tevoorschijn weet te toveren. En toch bleef ik tenauwernood staan. Maar vanuit m’n hele lichaam weerklonk een protest. Mijn rug, mijn arme rug. (En nee, er is geen foto voorhanden van deze stunt, hoewel ik denk dat het niet moeilijk moet zijn je mijn geworstel voor te stellen.)
Ik moest plots drie dagen rust nemen. Kon alleen nog maar plat op de bank hangen. En de dokter adviseerde me eens de geliefde hoge hakken te laten voor wat ze waren.
Tot angst en beven toe, want ik voel me niet langer de hippe trendsetter zoals ik dat altijd was. Geen blaren meer. Geen moeie voeten meer ‘s avonds. Mijn rug krijgt weer rust. Mijn spetterende eerste indruk is foetsie. Verdwenen. Als sneeuw voor de zon.
Ik moet er nu maar aan wennen dat ik een platvoetindiaan ben. En wellicht mijn voorgevel iets meer laten spreken. Daarom pleit ik dan ook voor de herintreding van de schoudervulling. Dat was ook jarenlang een zeer pronte aanwezigheid in mijn verschijning. Iemand vóór?

Niet normaal

Nu het normale leventje al sinds een weekje of wat opnieuw is begonnen kijkt men mij twijfelachtig aan als men hoort dat ik dit jaar niet op vakantie ben geweest. Het hoort er immers bij. Als je niet op vakantie gaat, dan zit er blijkbaar een steekje aan je los. Maar ik vind het prima zo. Vakantie is, after all, iets waar je naartoe leeft. En je hebt het pas dan nodig als je weet dat het in het vooruitzicht ligt. Ligt het niet in de planning, dan hobbel je gewoon het leventje door en vindt elders je uitspattingen wel.
Van huis uit ben ik het wel gewend dat vakantie niet per se een must is. Met een winkel was het immers altijd moeilijk om te sluiten. En zelfs als je gewoon thuis was belden mensen nog aan omdat ze een bepaald artikeltje dringend nodig hadden. We hadden dus eigenlijk nooit vakantie, of werd het ons niet gegund.
Mijn ‘ding’ is nu om geld te spenderen aan uit eten gaan, dan waan ik me ook in exotisch gebied. Of ellenlange lunches met vriendinnen te hebben, waar de wijn rijkelijk vloeit, zodat je de rest van de dag bijna laveloos doorbrengt. En mijn balkon op het Zuidwesten is een luxe-oord op zich. En eigenlijk, na mijn wekenlange ziekzijn na de vakantie in Turkije vorig jaar, ben ik opgelucht. Het is niet leuk om geheel uit balans terug te keren naar huis.
Je moet ook maar in staat zijn om los te laten. Om alles wat thuis leeft in goede doen achter te laten en elders primitief te gaan doen. Ik ben daar persoonlijk niet zo goed in. Terwijl ik denk dat als het even meezit ik volgend jaar des zomers ergens een caravan ga huren. Over primitief doen gesproken. Hoewel ik een huisje huren in Center Parcs nooit zie zitten. Mij een te familiale wereld. Plus dat me de architectuur van die huisjes niet zo aanstaat. Dus mij krijg je daar niet in.
Ik denk dat ik een vakantie in eigen land ook best wel waardeer. Dat is iets van de laatste jaren. Want vliegen vind ik niet zo prettig, behalve dat ik het altijd geweldig vind om op Schiphol mijn ogen uit te kijken naar alle soorten en maten van mensen die daar bivakkeren.
Eigenlijk moet ik zelf ook even wennen aan deze omslag. Eigenlijk sta ik van mezelf te kijken. Ik word beslist een burgertrutje…