Archive | maart, 2011

Pieken en dalen

Het leven verloopt met pieken en dalen tegenwoordig. Pieken gaan ontzettend hoog en dalen zijn zo ontzettend diep, dat ik er bijna, maar niet helemaal, gewend aan raak. Het is zeg maar, het enige constante waar ik op kan bouwen in mijn leven. Geld is er namelijk niet. Extreem ongeluk eigenlijk ook niet. Integendeel. Ik kan wel stellen dat het qua gezondheid en gevoel me nog nooit beter afging.

Zelfs als je te horen krijgt dat de baan waarop je probeerde te bouwen richting vastigheid weer eens op losse schroeven komt te staan en uiteindelijk los moet laten. En dat je dan weer de molen in moet bij een uitkeringsinstantie, die je verdriet daaromtrent wel begrijpen maar zien als een dagelijkse beslommering waaraan ze niets anders kunnen doen dan maar weer beginnen met uitkeren. Dat zelfs hun eigen baan op het spel staat. Het is om te huilen, mensen.

Maar lachen doe ik eigenlijk ook. Heel veel. Zo was daar ons etentje met het badmintonclubke, dat zo een gezellige boel is, dat we vaak vergeten waar we eigenlijk voor kwamen. Vaak eindigen we achteraf in de bar. Om daar nog uren na te kletsen over het wel en wee van elkaar. Het badminton laten we voor wat het is. Onze baan is de enige die niet bespeeld wordt. En dat je verhoudingsgewijs daar op kunt teren als ware je eventjes op vakantie geweest.

Als bij mij het een (lees: financieel) wat minder werkt, lijkt het ander (lees: sociale interactie) me spontaan te genezen. En op die wetenschap kan ik dan teren….

Een geestig lichtje

Mijn huis is van alle gemakken voorzien. Mocht er hier een inbreker binnenkomen, des nachts, dan zal hij/zij het moeilijk vinden om een lichtpunt aan te zetten, want dat gaat allemaal automatisch met een afstandsbediening die men never nooit vindt. Mezelf incluis. Het enige wat wel werkt op een schakelaar is de plafondventilator, maar daar heeft men niets aan, vermoed ik zo.

Sinds kort heb ik een nieuwe wandmeubel met daarmee ook zo’n gave lichtknopwerking via een afstandsbediening geïnstalleerd. Tot mijn grote hilariteit gaat nu steeds op de meest onverwachte momenten het licht in de badkamer aan en uit. Blijkbaar is een buurman/-vrouw met dezelfde installatie behept. Zo maken we ook wel eens ruzie, doordat ik het lampje uitdoe. En vijf minuten later het licht weer vrolijk aangaat. Waarna ik het weer uitzet. En zo gaat dat over en weer enkele malen door.

Dit complex is zo groot dat ik geen idee heb waar eens aan te bellen om te vragen of we wellicht kanalen kunnen afstemmen, zodat we onafhankelijk van elkaar lampjes kunnen bedienen. Liever wacht ik stiekem af of buren dat bij mij komen doen.

Tot die tijd waart er in dit huis een lichtgevend geestje….

Onder de witkalk

Aangezien de lente bij mij niet alleen een grote voorjaarsschoonmaak veroorzaakt, maar ook schilderkriebels ben ik vanuit mijn werk naar zo een te gekke doe-het-zelf-zaak gescheurd en heb alle benodigdheden aangeschaft waarmee ik me lekker kan uitleven op de muren van mijn slaapkamer. Wit, wit, wit, zegt mijn brein. Alles moet wit. Drie uurtjes later zit ik uit te puffen van mijn spontane acties. Waar ben ik aan begonnen?

Blijkbaar zien de eventueel geïnteresseerden in mijn huisje nog niet de mogelijkheden die de ruimte biedt. Licht wil men zien. Ruimte. Het moet bijna leeg. Ik heb echt in elk hoekje van mijn huis wel iets staan wat voor mij de knusheid waarborgt. Dus goh, wat heb ik een moeite met ruimen. Het gaat mijns inziens teveel ten koste van de gezelligheid. Nog meer eruit en ik wil zelf ook weg.

Nochtans vind ik het wel grappig dat ik nu zo in de verf sta. Want als ik iets doe, zit ik zelf uiteraard ook onder. Mijn armen, benen, handen, haren. Alles zit onder de latex. Ik vraag me af of het er in bed wel afgaat…

Sunshine reggae

Het mooie van zo’n lentedag als deze is, dat je weer huppelend door het leven gaat. Dat alle probleempjes van voorgaande week in het niets oplossen.

Ik zou bijna vergeten dat ik van de week drie bezichtigingen in mijn huis heb gehad, waardoor ik de toko tot driemaal toe op z’n kop heb gezet vanwege een rigoureuze schoonmaak. Dat het afwachten op resultaat hiervan me niet meer boeit. Al werd ik toch eventjes nerveus.

Ik zou bijna vergeten dat ik mijn vader op z’n teentjes heb getrapt vanwege het feit dat ik de voorkeur geef aan mijn moeder’s autorijstijl, maar dat het nodig is omdat hij geconfronteerd moet worden met zijn ouder worden. Hoewel ik eigenlijk niet diegene wil zijn die hem daarop moet wijzen.

Dat mijn tante en nichtje die onverwachts zwanger werd uit het verre Duitsland op bezoek waren. En dat ik ze verwend heb met cadeautjes wegens het wondertje dat eerdaags geboren gaat worden.

Dat je ‘s nachts ligt te malen van onzekerheden en dilemma’s omdat zaken soms moeilijk te behapstukken zijn.
 
Ik zou bijna vergeten dat het leven soms moeilijk, moeilijk, moeilijkst is, maar dat de problemen soms als sneeuw voor de zon verdwijnen. En dat ik me druk maak om niets, en dat het nog veel slechter kan.

Dat doet de zonneschijn met mij….

Hobby gezocht!

Van de week liep ik tot driemaal toe op een geweldige blokkade in. En die hadden alledrie te maken met mijn huidige liefhebberij: webdesign. Met als resultaat dat ik het nu heb geaccepteerd als zijnde louter een hobby. Ik maak er mijn werk niet langer van. Per slot van rekening ben ik eigenlijk alleen maar geïnteresseerd in de techniek erachter. Dat vind ik pas interessant.

Het echte creatieve, datgene wat een website zo sprankelend maakt, dat zit niet echt in mijn vingers. Mag ik wel toegeven dat ik me de tijd en moeite niet gun om mezelf op dat vlak helemaal uit te leven. Ik heb wel ideeën, maar zie teveel websites om het wiel opnieuw uit te willen vinden. Om te leren en mezelf de vaardigheden eigen te maken. Het is alsof je een nieuw apparaat aanschaft en dan zonder de handleiding ooit te hebben gelezen, wilt snappen hoe het werkt. Of proefondervindelijk toepast. Dat is dus mijn grote fout. Iets wat mijn interesse niet vasthoudt, daar zal ik ook absoluut geen moeite voor doen. Ik vind het gewoon spannender om technische vernuftige zaken voor elkaar te boksen. En o wee, als het dan niet direct lukt, dan gooi ik het bijltje erbij neer. En moet ik mensen teleurstellen. Wat mijn gevoel voor onkunde dan nog versterkt.

Mijn tweede grote fout is dat ik kritiek tot op zekere hoogte kan velen. Maar niet alles. Ik vind het fijn als mensen met me meedenken. Meeleven. Suggesties aan de hand doen. Laten we wel zijn, van de een pik je dat sneller dan van de ander. Maar eigenlijk, eigenlijk, deep down, ben ik helemaal niet geschikt voor werk waar samenwerking aan te pas komt. Ik wil alles in m’n up doen en iets neerzetten. Bemoeizucht kan ik maar moeilijk plaatsen. En kritiek nog meer.

Wat ik dan weer wel heb is lef. Gewoon doen en zien waar het schip strandt. Waar anderen een schietgebedje doen bij het overschrijven van gegevens of louter het oppakken van zaken. Dat kan me niet schelen. Ik ben als het ware van de straat. Aangenaam bezig en nog nuttig ook.

Ik heb dit alles even op me laten inwerken. Gewoon door te laten dringen in mijn brein. Als ik 20 jaar jonger was geweest, had ik alle stromingen in webdesign makkelijk in me op kunnen nemen. Nu (al) stuit ik op onwetendheid mijnerzijds. En dat staat knullig, onzeker, en van de zotte.

Ik ben dus dringend op zoek naar een nieuwe hobby. En nee, breien wordt het niet!

Genezen

Mijn dokter weet van wanten. Als hij al iets verstrekt aan medicijnen, dan doet hij het gelijk goed. Prednison. Antibiotica. Zetpillen. Doet u maar. Het gevolg is wel dat ik na twee dagen weer loop te bouncen op mijn stoel. En me nog nimmer zo goed gevoeld heb. Zelfs niet na een flesje Prosecco of een jointje hier of daar. Mijn bloed is tevens gecheckt op allerlei mogelijke enge ziekten en akkoord bevonden op een onstekinkje hier of daar na.

Het is een fijne vent, die dokter van mij. Sexy, charismatisch, en met een betoverende glimlach zou ik bijna wensen dat ik een chronische ziekte onder de leden heb. Liever niet, want met de enge ziektebeelden die mijn ouders de laatste jaren ondervonden, blijf ik graag een beetje uit zijn buurt.

Hoewel we goed kunnen praten. Hij vraagt steevast hoe mijn privésituatie eruit ziet en is belangstellend als het aankomt op mijn werk, mijn liefdesleven en algeheel welbevinden. Laat me in mijn waarde en begrijpt veel. Heeft aan een half woord genoeg. Zo’n dokter moet je in ere houden. Je zou bijna een standbeeld voor hem gaan polijsten.

Hij begrijpt het begrip: liefde hebben voor je werk en alles wat daaromheen hangt. Hij begrijpt dat ik me soms teveel wil inzetten en dat ik amper iets links laat liggen. Hij begrijpt ook dat ik helemaal geen afstand kan nemen. En dat een pilletje hier of daar me beter van dienst is, dan een ziekmelding of pauze.

Volgens mij ben ik genezen van al mijn kuren….

Ziek

Ik ben toe aan een beetje afstand. Van de blogosphere. En vooral van mezelf. Soms vraag ik me af of ik van louter kinderachtigheid mezelf heb begeven in de blogwereld. After all, is dit een wereld vol onwezenlijke verlangens. Ik sta niet langer met twee benen stabiel op een veilige ondergrond, integendeel, ik begeef me op vlakken waar anderen met gemak hordes nemen. Het levert resultaat op, bij anderen. Bij mij zie ik dat niet. Of wil ik het niet zien.

Bovendien gaat het me niet allemaal vlekkeloos af. Ik moet zuchten, steunen en vooral veel uitdagingen aangaan, waarvan ik me nu afvraag of ik er wel goed aandoe. Doe ik het nog wel lachend? Ben ik wel zo zinvol bezig? Is het niet te kinderlijk wat ik wil?

Plots schiet dan door mijn hoofd dat ik qua volwassenheid nog in de kinderschoenen sta. Zaken die anderen vrolijk oppakken, neem ik te serieus. Zaken die anderen positief zien, lees ik negatief. Vertaal het negatief. En schiet glad de verkeerde richting uit. Zoals dat geschreven teksten veel harder overkomen dan dat ze mondeling doen. Ik moet nog leren te vertalen en te plaatsen. Met zaken om te gaan.

Ik wil van alles. Zie overal mogelijkheden. Leef ten voeten uit. En soms moet ik dat dan bezuren. Soms leef ik te intensief.

En dan word je ziek. Ben je ziek. En moet je je daaraan overgeven. Ik neem even een break….

Mijn oude trouwe fiets en ik

Ik ben een lui mens. Ik pak overal de auto voor. Zelfs naar mijn ouders, die betrekkelijk dichtbij wonen, op liefst 3 kilometer afstand. Van de week scheurde ik NB eens langs een benzinepomp en schrok me wezenloos van de literprijs. Het is niet leuk meer om zomaar voor absurd korte afstandjes je auto te pakken, gewoon omdat hij er staat. Het is überhaupt niet handig om er een te hebben.

Dus dook ik de berging in. Reorganiseerde het een en ander want zooitje en vol daar, en ergens onderaan daar trof ik mijn fiets nog in wintertoestand aan. Het lachte me bijna toe. En ik werd er zowaar geëmotioneerd van dat ik hem nog terugvond. Met veel geëtter, zuchten en steunen heb ik het ding uit de berging getrokken, en buiten gestald, na eerst de banden eens van vers lucht te hebben voorzien.

Het is bijna lente. Het is de bedoeling dat ik zodra ik van zins ben ergens heen te gaan, ik de keuze heb tussen een vrijwel lege benzinetank of de fiets. Je raadt het al. Je leest de vernieuwde afspraken van een zichzelf tot herboren genoemd mens….